CSS Jeugdkamp

Al weken gonsde het van geruchten in de sporthal. Het jaarlijkse CSS jeugdkamp kwam er weer aan, maar niemand wist nog van een thema? De kinderen wisten niet hoe ze verkleed moesten of wat ze mee moesten nemen voor een spel tijdens de fietstocht.

De anders zo traditie getrouwe kampleiding was afgestapt van een thema. Geen thema dit jaar. Wel zo makkelijk.

Totdat, op de dag van het kamp, de wereld getroffen werd door een ramp! Er was een onbekend virus, wat voorlopig de naam Kappa-4-2 had gekregen, uitgebroken. De eerste berichten kwamen al op het nieuws. Het virus was potentieel dodelijk. De wereld was in paniek. Het was een virus wat nooit eerder was gezien, extreem gevaarlijk en extreem besmettelijk.

Snel werd er een hoofdlaboratorium ingericht op een geheime locatie, toevallig dezelfde locatie waar kamp elk jaar plaatsvindt. En het was de taak van de wetenschappers (toevallig allemaal lid van de jeugd van CSS) om onderzoek naar het virus te doen en een medicijn te ontwikkel voordat het te laat was.

De winnaar of winnaars van elk spel werd aangemerkt als de beste wetenschapper van het moment en zij werden door de hoofdlaborante meegenomen naar een laboratorium om een deel van het virus te ontdekken.

Wetenschappers blijken toch echt wel rare figuren te zijn. Zo zijn er wetenschappers die leven op een maaltijd van blaadjes en takken. Er zijn er die zich verschuilen onder schuilnamen zoals Anita en Dora. Sommige hebben de voorkeur om met hun voeten in vla te lopen, terwijl anderen graag rauwe eieren in hun haar smeren. En waar de voorkeur vandaan komt om lippenstick op hun gezichten te smeren is ook nog steeds onbekend.

Naar mate de tijd verstreek, kwamen er steeds meer verontrustende berichten binnen. Het virus ontwikkelde zich snel. De symptomen begonnen met een lichte jeuk en uitslag maar al snel kwamen daar enge zweren en builen bij. Er werden quarantainelocaties ingericht zodat de besmetting een halt toegeroepen werd, maar geruchten gingen dat de besmetten ontsnapten. Net toen het virus compleet in beeld was gebracht, kwam het meest verontrustende bericht. De besmetten vertoonden inmiddels zombie-achtige verschijnselen en werden agressief.

En hoewel het bijna middennacht was, realiseerde de wetenschappers dat er geen tijd te verliezen was. Er moest een medicijn komen. De hoofdlaborante vond een oud boek met het medicijn, maar er was 1 probleem. De ingrediënten waren niet alledaags en moesten verzameld worden in het dorp….terwijl de straten in het dorp bezet waren met besmette zombie-achtige zieken!

Toch gingen de dappere wetenschappers op pad. De vreemde dorpsgenoten: het kruidenvrouwtje, de chirurg, de groenteboer, de monnik, en de scheikundedocent, wilden echter allemaal een wederdienst voordat ze hun ingrediënt af wilden staan. Hondjes werden gezocht, huwelijken gered en gebeden werden vol overgave meegezongen. En dat terwijl de wetenschappers steeds de agressieve zombies op straat van zich af moesten slaan.

Terug in het laboratorium wisten ze, net voordat de zombies aan hun benen begonnen te knabbelen, het medicijn te brouwen en toe te dienen voor het te laat was.

 

De wereld was gered!